Co-ouderschap: vermindering van onroerende voorheffing voor kinderen ten laste

Co-ouderschap: vermindering van onroerende voorheffing voor kinderen ten laste

Wie minstens 2 kinderen ten laste heeft kan per kind een vermindering van 10% van de onroerende voorheffing genieten. Maar hoe bereken je het aantal kinderen ten laste bij co-ouderschap? De oplossing van het Vlaamse gewest is alvast niet de goede oplossing, want die werd door het Grondwettelijk Hof vernietigd.

Van de federale overheid naar de gewesten

Sinds jaar en dag bestaat er voor particulieren die in hun eigen woning wonen, een vermindering van onroerende voorheffing voor kinderen ten laste. Wie op 1 januari van het aanslagjaar minstens 2 kinderen ten laste heeft, kan een vermindering krijgen van 10% per kind. Een gehandicapt kind wordt steeds voor 2 kinderen geteld. Intussen is die onroerende voorheffing een gewestmaterie geworden en die gewesten hebben er elk hun eigen versie van gemaakt.

Waals Gewest

Het Waalse gewest veranderde aanvankelijk niets aan zijn regime, zodat de regel van 10% per kind, vanaf twee kinderen ten laste daar bleef gelden. Maar de belastingadministratie werd ook daar geconfronteerd met het regime van het co-ouderschap: de ouders gaan uit elkaar en in plaats van een bezoekrecht voor de ene, en een vergoeding voor de andere ouder, besluiten ze om de kinderen afwisselend bij te houden. Vaak fifty-fifty, voor telkens één week. Wie heeft er in zo’n situatie de kinderen ten laste? In het Waalse gewest ging men dan gewoon kijken naar de domiciliëring. De ouder bij wie de kinderen hun adres hadden, kreeg de volledige vermindering. De andere ouder kreeg helemaal niets. 

In 2011 besliste het Grondwettelijk Hof dat dit niet kon. Het is niet omdat de kinderen niet gedomicilieerd zijn bij een ouder, dat zij niet ten laste van die ouder kunnen zijn. Als de ouders op gelijke wijze instaan voor hun kinderen en zij allebei de kinderen werkelijk en op gelijkmatig verdeelde wijze huisvesten, moet het voordeel van de vermindering aan beide ouders toegekend worden. 

De vermindering van onroerende voorheffing bedraagt nu 125 euro in het Waalse gewest als u 2 of meer kinderen ten laste heeft. En u moet die vermindering zelf aanvragen. In uw aanvraag moet u aanduiden of er al dan niet sprake is van alternerende huisvesting. Als dat zo is, wordt de vermindering netjes in twee verdeeld.

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

In het Brussels gewest werden de regels op de onroerende voorheffing hervormd in 2018. Net als voorheen genieten gezinnen met 2 of meer kinderen een vermindering van onroerende voorheffing van 10% per kind. Maar bij de hervorming werd de problematiek van het co-ouderschap meegenomen: er geldt een vermoeden dat de kinderen ten laste zijn van de ouder of van het gezin waar ze gedomicilieerd zijn.

De toekenning van de vermindering is wel afhankelijk van de periode waarin de betrokken ouder het kind ook effectief huisvest. In tegenstelling tot het Waalse gewest is er geen sprake van een 50/50-verdeling, maar van een proportionele verdeling. De (in Brussel gehuisveste) ouder die het kind opvangt, maar geen vermindering krijgt, moet vóór 31 maart van het aanslagjaar een aanvraag indienen. 

Vlaams Gewest

Tot nu bleef het Vlaamse gewest vasthouden aan de toekenning van de vermindering van onroerende voorheffing aan de ouder die ook de kinderbijslag ontvangt. Het grote voordeel is dat die vermindering dan automatisch kan worden toegekend. Maar het Vlaamse Gewest biedt niet de mogelijkheid om daarvan af te wijken en het Grondwettelijk Hof heeft nu laten verstaan dat dat niet kan.

Het Vlaamse gewest argumenteerde dat een persoon maar één hoofdverblijfplaats kan hebben, dat kinderen dus slechts bij één ouder gedomicilieerd kunnen zijn en dat de automatische toekenning van de vermindering van onroerende voorheffing geen andere mogelijkheid laat. Het is aan de ouders om concrete afspraken te maken over de verdeling van het voordeel van de vermindering in het kader van hun scheiding, aldus het Vlaamse gewest.

Maar het Hof verwijst naar eerdere arresten waarin het het Waalse en Brusselse gewest op de vingers tikte. De argumenten van de Vlaamse regering – automatisatie en efficiënte controle – zijn onvoldoende om een onderscheid te maken tussen de ouder waar de kinderen gedomicilieerd zijn en de ouder die de kinderen in het kader van co-ouderschap ook huisvest, zonder dat er sprake is van domiciliëring.

De Vlaamse wetgever moet dus aan de slag. Wellicht gaat het in de richting van een bezwaarschrift of een aparte aanvraagprocedure waarin de belastingplichtige dan moet aantonen dat er een gelijkmatige huisvesting is. Of het een 50/50-verdeling wordt of een zuiver proportionele verdeling... dat zal nog moeten blijken.

Door het arrest van het Grondwettelijk Hof zou u in theorie nog de vermindering van onroerende voorheffing over 2018 kunnen vragen. Maar weinigen zullen dat doen, want de ex-partner zal dan ongetwijfeld de rekening gepresenteerd krijgen. Maar als u ooit zou overwegen om uw gezin (met 2 of meer kinderen) te verlaten én daarbij ook de gewestgrens over te steken, huurt u maar beter een belastingconsulent in!

Verblijfskosten in BelgiŽ: fiscaal aftrekbaar bedrag opgetrokken
Lees meer

De beperkte aansprakelijkheid van de werknemer
Lees meer

(Geen) investeringsaftrek voor verhuurde goederen
Lees meer

Woning voor bedrijfsleider: geen geldige wederbelegging bij gedwongen meerwaarde?
Lees meer